Nieuws uit de werkvelden

Speeltuinen in Nederland zijn veel te eenvormig. Daardoor worden kinderen onvoldoende uitgedaagd. Daarom moet asymmetrie bij het ontwerpen van speeltuinen en speeltoestellen voortaan het uitgangspunt zijn. Dat bepleit dr. Rob Withagen, bewegingswetenschapper van RUG/UMCG.

De afstand tussen de sporten van een klimrek, de afstand tussen springblokken, de afstand tussen de touwen van een touwladder: in de meeste speeltuinen zijn ze allemaal gelijk. Het gevolg is dat kinderen die van blok naar blok springen maar twee verschillende afstanden kunnen overbruggen, stelt Withagen. In een onderzoek liet hij kinderen architect van hun eigen speeltuin zijn door ze zelf de blokken te laten rangschikken. Toen bleek dat de afstanden die de kinderen tussen de blokken maken veel groter zijn dan in de eerder gecreëerde speeltuin. 'Bij hun eigen ontwerp kiezen kinderen dus voor een grotere uitdaging dan bij een speeltuin die voor ze is ontworpen, zegt Withagen.

Lees meer op www.umcg.nl: 'Architect in eigen speeltuin'.

 

Lees meer...

In opdracht van de Vlaamse provincie Limburg is onderzoek gedaan naar de manier waarop hangjongeren hun verblijf in de publieke ruimte beleven.
Enkele conclusies:

Belang van kameraadschap
Bijna zonder uitzondering wijzen de geïnterviewde jongeren op het gevoel van kameraadschap in de groep. Het groepsgevoel, het gevoel deel uit te maken van een hechte groep van vrienden is belangrijk. De jongeren hangen voornamelijk met gelijkgestemden ('peers') en kunnen zichzelf zijn in de groep.

Sociale vaardigheden
Over het algemeen zijn de activiteiten bij het rondhangen onschuldig en weinig spectaculair: het gaat vooral om het groepsgevoel, de jongeren willen voornamelijk bij elkaar zijn, ze willen met elkaar praten, zich ontspannen en plezier maken. De negatieve beeldvorming over het rondhangen is in dit geval niet terecht. Men zou zelfs het tegendeel kunnen beweren: in onze sterk geïndividualiseerde samenleving brengt het met elkaar rondhangen de jongeren sociale vaardigheden bij. Het behoedt hen ook voor sociaal isolement.

Onterechte beeldvorming
De algemene beeldvorming over 'hangjongeren' is niet correct. Het overgrote deel van de jongeren die rondhangen veroorzaakt geen overlast, is niet asociaal, lui of crimineel. Men mag het rondhangen van jongeren niet verengen tot probleemgedrag maar moet oog hebben voor de positieve betekenis van het rondhangen voor de jongeren zelf.

Het volledige onderzoeksverslag is hier te downloaden


 

Lees meer...

In de Vlaamse stad Gent wordt sinds 2013 geëxperimenteerd met de 'Leefstraat'. Bewoners maken hun straat in onderling overleg tijdelijk autovrij of autoluw om ruimte te maken voor groen, ontmoeting en samenleven. Het doel van dit experiment is om te tonen en te ervaren dat een andere benadering van de straat en de openbare ruimte mogelijk is. De ervaringen worden verwerkt in het gemeentelijk beleid dat is gericht op een transitie naar een klimaatneutrale stad.

In 2014 waren er 10 verschillende leefstraten in Gent. Het experiment wordt in 2015 overgenomen door Rotterdam. Daar gaan de leefstraten 'droomstraten' heten.

Kijk hier voor meer informatie over de leefstraten in Gent en hier voor het laatste nieuws over de Rotterdamse droomstraten.

 

Lees meer...

Uit onderzoek van Mirka Janssen (Hogeschool van Amsterdam) blijkt dat kinderen meer gaan bewegen als de ruimte op het schoolplein eerlijker wordt verdeeld. Janssen ontving voor haar onderzoek op 8 april de Volksgezondheidsprijs van de Vereniging voor Volksgezondheid & Wetenschap.

Voor veel kinderen is de schoolpauze het enige moment van de dag dat zij bewegen. Maar een groot aantal kinderen is niet fysiek actief, omdat zij daarvoor de ruimte niet krijgen. Janssen onderzocht het door VUmc en Hogeschool van Amsterdam ontwikkelde bewegingsprogramma PLAYgrounds. Met dit programma verdubbelde het percentage basisschoolleerlingen dat voldoende beweegt tijdens het speelkwartier van 38,7% naar 77,3%. Juist de minder goede bewegers en de meisjes van 10 tot 12 jaar, die minder bewegen, worden extra actief.

Mirka Janssen legt uit waarin PLAYgrounds zich onderscheidt van andere schoolpleinformules: ‘Alleen het schoolplein anders indelen werkt niet, want een aantal kinderen is dominanter aanwezig en neemt meer ruimte in. De wettelijk bepaalde ruimte voor de gemiddelde kip in Nederland is relatief gezien groter dan die van de meeste kinderen op het schoolplein. Het is daarom nodig om de bestaande hiërarchie te veranderen en alle kinderen gebruik te laten maken van de populaire stukken van het schoolplein. Voor de docent is een actieve rol weggelegd. Het verschil is daarmee dat scholen het schoolplein niet alleen anders indelen, maar ook organiseren.’

Volgens de formule van PLAYgrounds wordt het schoolplein ingedeeld in speelvelden. Aangepaste pauzeroosters zorgen ervoor dat er minder kinderen tegelijkertijd naar buiten gaan. Elke klas krijgt een eigen tas met spelmateriaal dat aansluit bij de leeftijd, zoals springtouwen of jongleerspullen. Tijdens de gymlessen is er extra aandacht voor spelletjes en sporten die de kinderen vervolgens in de pauze kunnen doen. Het blijkt dat dit effect heeft: kinderen doen dezelfde spelletjes daarna op het schoolplein.

Mirka Janssen onderzocht de resultaten op vier scholen in Amsterdam Nieuw-West, en gebruikte vier andere scholen waar het programma niet draaide als controle. Met observaties op het schoolplein was vooraf gemeten dat slechts zo’n 40% van de kinderen voldoende beweegt op het schoolplein. Op scholen met PLAYgrounds werd dat bijna het dubbele.

Meer info: Hogeschool van Amsterdam.
 

Lees meer...

Bijna één op de drie kinderen heeft te weinig vitamine D. Dat schrijven onderzoekers van het Erasmus MC in het aprilnummer van het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Nutrition. Bij kinderen van onder andere Marokkaanse, Surinaamse, Turkse en Kaapverdische afkomst gaat het zelfs om meer dan de helft van de kinderen. Kinderen met een vitamine D tekort eten minder gezond, kijken meer televisie en spelen minder buiten dan kinderen met gezonde vitamine D waarden. 

Lees hier het persbericht van Erasmus MC.
 

Lees meer...

Het speelgedrag op speelplaatsen wordt beïnvloed door de ondergrond en de aanwezigheid van speeltoestellen. Dat blijkt uit Deens onderzoek. Kinderen blijken het meest actief te spelen op plekken met een ondergrond van gras. Op een ondergrond van asfalt of beton zijn ze veel minder actief. De aanwezigheid van speeltoestellen heeft een positieve invloed. Het onderzoek werd uitgevoerd door Henriette Bondo Andersen van de University of Southern Denmark. Kijk hier voor meer info.
 

Lees meer...

Natuurpedagoog Kees Both schreef voor tijdschrift De Wereld van het Jonge Kind een artikel over de Nijmeegse groene BSO Struin. Hij ziet Struin als een belangrijke inspiratiebron voor BSO's die natuur een centrale plaats willen geven in de kinderopvang.

Kijk hier voor meer informatie over Struin en voor het artikel van Kees Both.