Nieuws uit de werkvelden

Het speelgedrag op speelplaatsen wordt beïnvloed door de ondergrond en de aanwezigheid van speeltoestellen. Dat blijkt uit Deens onderzoek. Kinderen blijken het meest actief te spelen op plekken met een ondergrond van gras. Op een ondergrond van asfalt of beton zijn ze veel minder actief. De aanwezigheid van speeltoestellen heeft een positieve invloed. Het onderzoek werd uitgevoerd door Henriette Bondo Andersen van de University of Southern Denmark. Kijk hier voor meer info.
 

Lees meer...

Natuurpedagoog Kees Both schreef voor tijdschrift De Wereld van het Jonge Kind een artikel over de Nijmeegse groene BSO Struin. Hij ziet Struin als een belangrijke inspiratiebron voor BSO's die natuur een centrale plaats willen geven in de kinderopvang.

Kijk hier voor meer informatie over Struin en voor het artikel van Kees Both.



 

2015 is het Jaar van de Ruimte. Onder het motto ‘Wie maakt Nederland?’ organiseren de initiatiefnemers (een breed scala van maatschappelijke organisaties) een maatschappelijk, politiek en professioneel debat over de ruimtelijke toekomst van Nederland. Iedereen die dat wil, mag daarbij thema’s en ideeën voor onze toekomstige leefomgeving aandragen. Het Platform Gezond Ontwerp neemt die uitdaging aan en zet ‘Nederland Gezond Land’ op de agenda. ‘We zijn ervan overtuigd dat gezonde steden de toekomst hebben.’

De organisatie van het Jaar van de Ruimte wil vooruit kijken tot 2040. Wat zijn de ontwikkelingen op het gebied van de internationale economie, technologie, grondstoffen, energie, milieu, verstedelijking, arbeid, vervoer, voedsel en wonen? En wat zijn van dat alles dan de gevolgen voor de ruimtelijke inrichting van Nederland? Om het debat daarover op gang te brengen, zijn voor het Jaar van de Ruimte om te beginnen vijf toekomstperspectieven geschetst: Nederland Productieland, Nederland Netwerkland, Nederland één grote stad?, Nederland Kringloopland, Nederland GroenBlauw.

Gezonde steden hebben de toekomst
‘Wat we in die toekomstperspectieven misten, was de aandacht voor een gezonde leefomgeving’, vertelt Dayenne L’abée. Ze werkt bij NISB, maar spreekt in dit geval namens het Platform Gezond Ontwerp. Behalve NISB zijn daarin ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), de GGD en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vertegenwoordigd. Het platform is ervan overtuigd dat gezonde steden de toekomst hebben. Een gezonde stad beschikt onder andere over water, groene parken, toegankelijke speelplekken, veilige fietspaden en andere voorzieningen die mensen uitdagen om te bewegen en te ontspannen. ‘Zo’n omgeving draagt bij aan het terugdringen van belangrijke risico’s voor de volksgezondheid, zoals overgewicht, dementie, depressiviteit en harten vaatziekten’, zegt L’abée. ‘Maar een gezonde leefomgeving maakt een stad ook aantrekkelijk voor economische vestiging en om te wonen. Bovendien gaat de ontwikkeling van gezonde steden volgens ons hand in hand met actuele thema’s als water en klimaatadaptatie, verstedelijking en verduurzaming van steden.’

Meer informatie: www.platformgezondontwerp.nl.
 

Lees meer...

Depressieve kinderen vertonen spelkenmerken die hen onderscheiden van niet-depressieve kinderen. Spelobservatie kan worden ingezet om te bepalen of sprake is van een depressie. Dat concludeert Annemieke Mol Lous in het onderzoek waarop zij 15 december promoveert aan de Radboud Universiteit.

Vergelijking van spelgedrag van depressieve en niet-depressieve kinderen laat zien dat depressieve kinderen significant minder spelen dan kinderen die niet depressief zijn. Ook is hun spelgedrag meer gefragmenteerd: ze veranderen vaker van gedrag. Leerkrachten geven aan dat kinderen met risico op depressieve klachten tijdens hun spel meer negatieve emoties laten zien, minder troost zoeken en bieden, en meer negatieve interacties met leeftijdsgenoten vertonen.

Het onderzoek laat verder zien dat ongetrainde basisschoolleerkrachten in staat zijn om aan de hand van een spelobservatievragenlijst verschillen in spelgedrag te signaleren tussen kinderen met risico op depressieve klachten en kinderen zonder risico daarop, op basis van dagelijkse observaties gedurende drie maanden.

Bron: NJI.

 

Lees meer...

Basisspeelgoed draagt veel meer bij aan de ontwikkeling van kinderen dan luxe speelgoed, schrijft Marianne de Valck van Adviesbureau Spelen & Speelgoed:
'Vergelijk een Harry Potter LEGO kasteel met een ‘naamloos’ kasteel te bouwen met een emmer vol stenen zonder voorbeeld van hetzelfde constructiesysteem. Bij Zweinsstein is het verhaal bepaald, iedere poppetje heeft een bekende rol en het kasteel is niet voor ridders te gebruiken. Het andere kasteel wel, maar dan moeten kinderen vorm en verhaal zelf kunnen en willen verzinnen. Zelf iets verzinnen kost moeite. Het is luxe wanneer de fabrikant dit voor je gedaan heeft. Af en toe leuk maar kinderen met alleen ‘one-item’ dozen, zoals het Harry Potter kasteel, krijgen niet de kans om hun eigen ideeën te ontwikkelen, hun eigen plannen uit te voeren en het resultaat van het eigen kunnen te waarderen.'

Lees meer over het belang van basisspeelgoed in het opiniestuk van Marianne de Valck op deze site.
 

Lees meer...

Ons land vergrijst. Steeds meer ouderen worden gezond ouder. Die ouderen beschikken vaak over een schat aan levenservaring, wijsheid en deskundigheid. Die schat aanboren en ouderen daarbij het genoegen bezorgen om met kinderen te werken wordt ‘intergenerationeel leren' genoemd. Een vruchtbare vorm daarvan is het samen tuinieren in een zogeheten generatietuin.

Kernbegrip van een generatietuin is ‘verbinding'. Door samen te doen in het groen ontstaat verbinding tussen generaties – er wordt begrip voor elkaar ontwikkeld. Maar denk ook aan verbinding met een stukje aarde dat bewerkt wordt en dat groenten, fruit, kruiden en/of bloemen voortbrengt.

De generatietuin is zoals eerder genoemd een voorbeeld van wat samengevat wordt als ‘intergenerationele praktijken'. Intergenerationele programma's kunnen veel opleveren.
In de buurt kunnen ze bijdragen aan een sterker gemeenschapsgevoel, uitwisseling van kennis tussen bewoners en uitwisseling op cultureel gebied. Kinderen en jongeren kunnen zo hun sociale vaardigheden verbeteren en kunnen zich optrekken aan positieve rolmodellen. En senioren worden gewaardeerd als (nog steeds) productieve en nuttige leden van de samenleving.

In een artikel in De Wereld van het Jonge Kind laat Kees Both zien hoe je als school een generatietuin kunt starten, of hoe je erbij betrokken kunt raken.

Meer weten? Lees het artikel van Kees Both in De wereld van het Jonge Kind (December 2014).


 

Lees meer...

Uit onderzoek wordt steeds duidelijker dat frequente ervaringen met natuur een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen. Groen is goed voor kinderen, voor alle kinderen en voor sommige kinderen in het bijzonder. Spelen en werken in en met het groen kun je als vorm van ‘levend leren' zien: leren in de echte wereld. Hoe wakker je die manier van leren aan? Een pleidooi met diverse praktijkvoorbeelden.

Het is paradoxaal: sinds kort groeien de meeste kinderen op aarde op in steden en tegelijkertijd wordt aangetoond dat opgroeien in een natuurrijke omgeving gunstig is voor een evenwichtige ontwikkeling van kinderen. In een gevarieerde natuurrijke omgeving, met hoogteverschillen, bomen en struiken en met verschillende bodembedekkingen, bewegen kinderen meer en veelzijdiger dan op een betegeld schoolplein met klimrekken. De natuur levert een grote hoeveelheid ‘losse dingen', niet gestandaardiseerd materiaal, om dingen van te maken, wat de creativiteit bevordert. Onderzoekers spreken daarbij over ‘aandachtsherstel': het uitrusten van mentale inspanning. Natuurervaringen doen recht aan het hele kind: fysiek, mentaal, spiritueel. Dat geldt in het bijzonder voor kinderen die extra en specifieke aandacht nodig hebben.

Kees Both en Sophie Sliepen laten in De Werleld van het Jonge Kind zien hoe je ervoor kunt zorgen dat natuur wordt gewaarborgd in het schoolbeleid. Ze bespreken daarbij de mogelijkheden die je als school dichtbij hebt (schoolplein, park, (kinder)boerderij), verder weg (excusies) en welke samenwerkingen hieraan bijdragen (buurt, gemeente, milieueducatie centra, moestuinen). De suggesties worden daarnaast concreet belicht in de praktijkvoorbeelden van basisschool De Werkschuit in Zwolle en Jenaplanschool De Bijenkorf in Assendelft.

Meer weten? Lees het artikel van Kees Both en Sophie Sliepen in De wereld van het Jonge Kind (December 2014).

 

Lees meer...