Nieuws uit de werkvelden

Het ministerie van VWS trekt vanaf 2005 structureel 10 miljoen euro uit voor preventiemaatregelen, gericht op een gezondere leefwijze van de bevolking. Dat staat in de nota 'Langer gezond leven, ook een kwestie van gezond gedrag' (oktober 2003). In 2004 komt 5 miljoen extra beschikbaar voor preventie. Het ministerie geeft prioriteit aan het verminderen van het aantal rokers en het voorkomen van overgewicht. Het kabinet stelt nadrukkelijk dat niet alleen de rijksoverheid moet investeren in preventie, maar ook gemeenten, zorgverzekeraars, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en onderzoeksinstellingen. In de nota wordt heel kort aandacht besteed aan het belang van een goede inrichting van de buitenruimte: 'Gemeenten kunnen bij de inrichting van woonwijken meer aandacht besteden aan voldoende speelmogelijkheden, aan veilige fietsroutes naar scholen en aan bereikbare sportverenigingen'.
De volledige 'preventienota' is te vinden op www.minvws.nl.
 

Lees meer...

Brief van het Platform Ruimte voor de Jeugd
aan de woordvoerders VWS-subsidiebeleid, jeugdbeleid en ruimtelijke ordening in de Tweede Kamer


Betreft: Bezuinigingen op landelijke jeugdorganisaties

Amsterdam, 18 november 2003


Geachte heer, mevrouw,

Buitenruimte is in Nederland een schaars goed. Kinderen en jongeren merken dit dagelijks aan den lijve: in veel wijken is te weinig ruimte om veilig en gevarieerd te kunnen spelen. Gelukkig zijn er speeltuinen, scoutinggroepen, jeugdclubs en kindervakantiewerkgroepen die de jeugd veilige en uitdagende speelmogelijkheden bieden. Deze groepen bereiken ook die kinderen en jongeren die letterlijk en figuurlijk het meest in de knel zitten.

Het Platform Ruimte voor de Jeugd maakt zich dan ook ernstig zorgen over de aangekondigde bezuinigingen bij de landelijke jeugdorganisaties. Als deze bezuinigingen doorgaan, komen de duizenden vrijwilligers die al dit jeugdwerk mogelijk maken er alleen voor te staan. Wie ondersteunt hen straks bij het voldoen aan de steeds strengere veiligheidseisen, bij het begeleiden van kinderen met (gedrags)problemen, bij het integreren van kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap?

Een landelijke infrastructuur die gericht is op ondersteuning van vrijwilligers is een onmisbare basis voor een effectief en doelmatig landelijk en lokaal jeugdbeleid. Door de bezuinigingen wordt deze basis volledig op losse schroeven gezet. De jeugd is hiervan rechtstreeks de dupe.

Wij doen dan ook een klemmend beroep op u om niet akkoord te gaan met de voorgestelde bezuinigingen. De landelijke jeugdorganisaties hebben zelf een goed alternatief voorstel geformuleerd. Wij roepen u op dit voorstel te betrekken in uw besluitvorming.

Met vriendelijke groet,

Peter Lankhorst
voorzitter Platform Ruimte voor de Jeugd

Het Platform Ruimte voor de Jeugd zet zich in voor de verbetering van de zelfstandige bewegingsvrijheid van de jeugd in de openbare ruimte. Het Platform biedt deskundigen op het gebied van jeugd, spelen, gezondheid, welzijn, sport, verkeer en stedenbouw de gelegenheid om informatie uit te wisselen en ideeën uit te werken. Daarnaast streeft het Platform naar meer en serieuze aandacht voor ruimte voor de jeugd in de publieke opinie en beleidsvormende circuits. Deelnemers aan het Platform zijn o.a. Verkeersveiligheidsorganisatie 3VO, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, NUSO, Jantje Beton, GGD Rotterdam, Nederlandse Jeugdraad, Nederlands Instituut Zorg en Welzijn, Nederlandse Jeugd Groep, Vereniging Steunfuncties Welzijn, Netwerk Springzaad en diverse speelruimtearchitecten.

Lees meer...

Het spitsuur tijdens het in- en uitgaan van basisscholen is kort, maar vaak ook hevig. Bij veel scholen doen zich dagelijks gevaarlijke verkeerssituaties voor. Het krioelt op straat van de auto's, fietsers en voetgangers. En vooral van de kinderen, die niet alleen oog hebben voor het verkeer. Op veel plaatsen zijn inmiddels grote en kleine maatregelen genomen om het schoolverkeer veiliger te maken. Een groot aantal van die initiatieven is terug te vinden in het boekje Spitsuur rond school, dat eind 2003 werd gepubliceerd door het ROV Utrecht.

Het helder geschreven en prachtig vormgegeven boekje bevat praktijkvoorbeelden van maatregelen op het gebied van ruimtelijke ordening, infrastructuur, handhaving, communicatie, voorlichting en educatie. Daarnaast is er aandacht voor onderzoek naar de oorzaken van de problemen met het verkeer rond school. Spitsuur rond school is vooral bestemd voor politici en beleidsmakers van gemeenten. Het is een vervolg op een eerdere uitgave van het ROV Utrecht, De Schoolspits, die bestemd is voor ouders en scholen.

Spitsuur rond school, Honderd ideeën voor duurzaam veilig schoolverkeer.
Gratis te bestellen bij ROV Utrecht, telefoon (030) 258 33 80.

 

Lees meer...

Iedereen wil graag dat kinderen veilig kunnen spelen: op een veilige speelplek, met veilig speelgoed en voldoende hygiëne. Maar als je alle risico's afdekt, kan dat ten koste gaan van de waarde van het spel. Want spelen heeft ook te maken met vrijheid, de wereld ontdekken, mogelijkheden uitproberen, grenzen verkennen. De afweging tussen veiligheid en uitdaging zorgt vaak voor flinke dilemma's.

Ter gelegenheid van zijn 35-jarig bestaan heeft de Nationale Speelraad een boekje uitgegeven over dit thema: Uitdaging en veiligheid, dilemma's bij het spelen . Met het boekje wil de Speelraad discussie op gang brengen over het spanningsveld tussen uitdaging en veiligheid. Twee vragen staan daarbij centraal:
* Kinderen moeten met grenzen en gevaar leren omgaan. In hoeverre belemmert de wet- en regelgeving kinderen in hun spel?
* Kinderen hebben eigen ruimte nodig en moeten zelf keuzes kunnen maken. Wanneer gaat pedagogische begeleiding c.q. toezicht over in 'overbescherming'? Waar liggen de grenzen en wie bepaalt deze?

Uitdaging en veiligheid geeft een reeks concrete voorbeelden van speel-dilemma's. Mogen kinderen alleen buiten spelen? Hoe veilig moet speelgoed zijn? Hoe schoon en hygiënisch de speelomgeving? Tolereren we oorlogsspelletjes?
Het boekje bevat 24 'dilemma-kaartjes', die kunnen worden gebruikt bij discussies.


 

Uitdaging en Veiligheid kost € 2,- (inclusief 'dilemmakaartjes', exclusief verzendkosten). U kunt het boekje bestellen via de website van Boink (maximaal 10 exemplaren per bestelling). Wilt u meer dan 10 exemplaren bestellen, stuur dan een e-mail naar speelraad@ruimtevoordejeugd.nl. Vermeld daarin uw naam en postadres en het aantal gewenste exemplaren.

 

Lees meer...

De Raad van State is kritisch over het initiatief-wetsvoorstel 'Wet Buitenspeelruimte' van SP-kamerlid Agnes Kant. Volgens de Raad is er geen sprake van een structureel landelijk speelruimteprobleem en ligt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van knelpunten bij de gemeentebesturen. Kant is het daar niet mee eens. Volgens haar zijn er maar weinig gemeenten die uit eigen beweging zorgen voor voldoende speelruimte.

Uit het advies van de Raad van State van 8 september 2003 blijkt dat de Raad weinig heil ziet in een landelijke speelruimtewet. Volgens het adviescollege blijkt uit de Memorie van Toelichting van het initiatief-wetsvoorstel niet dat er sprake is van een duidelijk omlijnd structureel landelijk probleem: 'Voorzover er knelpunten zijn, doen deze zich lokaal voor. Derhalve ligt er naar het oordeel van de Raad een taak voor de betrokken gemeenteraadsbesturen. Indien uniformering van kwantitatieve normen voor buitenspeelruimte
wenselijk wordt geacht, zou de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voorlichting kunnen geven of in een model voorzien. Regeling bij formele wet is een instrument dat minder goed past bij heersende opvattingen over decentralisatie en deregulering.'

Kant is het niet met dat standpunt eens, blijkt uit haar reactie die bij het advies van de Raad van State is gevoegd: 'Het gros van de Nederlandse gemeenten hanteert oudere normen, van 1% à 2% formele speelplekken binnen de gemeentegrens, terwijl de NUSO in 1999 3% heeft geadviseerd. Op basis van de ervaring dat slechts enkele gemeenten sinds 1999 het advies van de NUSO hebben opgevolgd, heeft de indiener er geen vertrouwen in dat voorlichting of een model van de VNG er wel toe leidt, dat gemeenten meer ruimte reserveren voor speelruimte.'
Kant vindt ook niet dat een landelijke speelruimtewet in strijd is met het streven naar decentralisatie en deregulering. Zij wijst erop dat het wel meer voorkomt dat er landelijke normen worden gesteld aan zaken die op lokaal niveau worden uitgevoerd. Daarbij noemt zij de ruimte-normen voor de kinderopvang en het onderwijs.

 

Lees meer...

Opgroeien in een achterstandswijk is gerelateerd aan gedragsproblemen en kan leiden tot een uitbarsting van problemen bij de overgang naar adolescentie. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Maastricht op basis van een onderzoek in Rotterdam. Het effect staat los van de sociaal-economische status van het gezin. De openbare gezondheidszorg zou meer aandacht moeten schenken aan de omgeving waarin een kind opgroeit.

J. Schneiders e.a.: ‘Neighbourhood socioeconomic disadvantage and behavioural problems from late childhood into early adolescence’. In: Journal of Epidemiology and Community Health 2003; 57: 699703.

Een samenvatting van het onderzoek staat op www.jech.com

 

Lees meer...

Dagblad Trouw publiceerde op 2 juni 2000 een artikel van Lia Karsten, waarin zij ingaat op de bedreigingen van buitenspel en daarvoor een aantal remedies aandraagt.
In het artikel stelt Karsten dat een afname van het aantal buitenspelende kinderen en een toename van de verkeersdrukte samen de buitenspeel-mogelijkheden van alle kinderen bedreigen.


 

Samenvatting
Karsten noemt twee ontwikkelingen die het 'gewone' buitenspelen bedreigen:

a. Kindcultuur wordt geïnstitutionaliseerd
Steeds meer kinderen bezoeken na schooltijd een of meer clubs. Daarnaast zal het aantal kinderen dat buiten schooltijd wordt opgevangen (brede school, buitenschoolse opvang, overblijf) in de nabije toekomst fors toenemen. Volgens Karsten betekent dit dat de naschoolse vrije tijd van kinderen steeds meer in tijd en ruimte wordt vastgelegd en zich vaker zal afspelen buiten het openbare domein. Dit raakt volgens haar alle kinderen. Want het tast de grootste aantrekkingskracht van het buitenspelen - het ontmoeten van andere kinderen - aan.

b. De strijd om ruimte wordt steeds heviger.
Karsten: 'Verkeer neemt een groot deel van de openbare ruimte in beslag en legt de zelfstandige bewegingsvrijheid van kinderen aan banden. Dit is niet alleen merkbaar in de oude wijken, maar juist ook in nieuwe, recent opgeleverde buurten. De 'traditionele' speeltuin ontbreekt daar, terwijl de openbare buitenruimte beperkt is en de speelruimte geminimaliseerd.' Volgens haar is het nieuwe woongebied in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied hiervan het absolute dieptepunt.

Remedies
Volgens Karsten moet er in de eerste plaats meer ruimte komen. Maar dat is niet voldoende. Integendeel: als er teveel speelruimte is, wordt de kans om andere kinderen te treffen kleiner. Een kwalitatief hoogwaardige inrichting blijkt een voorwaarde voor een goed functionerende speel- en ontmoetingsplaats.
Diversiteit van en hiërarchie tussen de aangeboden plekken en routes is volgens Karsten van groot belang: 'Het gaat om het creëren van totempalen voor de jeugd: plekken in het openbare domein waar zij elkaar kunnen ontmoeten, waar zij met elkaar kunnen spelen, waar zij dingen kunnen doen die thuis niet mogelijk zijn.'

Kartsen pleit verder voor een onderzoeksschool die expertise gaat ontwikkelen over de bijdrage van kinderspel aan de stad. Karsten: 'Op dit moment is er geen onderzoeksschool in Nederland die zich hier expliciet mee bezighoudt. Onderzoek naar het tijd-ruimtelijk gedrag van kinderen zou duidelijk kunnen maken wat de waarde is van [...] kinderen in het openbare domein, voor de ontwikkeling van kinderen zelf én voor het functioneren van [...] stedelijke openbaarheid.'

Dr. ir. Lia Karsten is als sociaal geograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en heeft daarnaast een eigen onderzoek en adviesbureau.
U kunt het volledige artikel opvragen via de rubriek Reageren op deze site.

Lees meer...