18 april 2008 Het Netwerk Ruimte voor de Jeugd / Nationale Speelraad organiseert jaarlijks een studiemiddag. Afgelopen jaar was het thema ‘verveling’. Leonie Heutz (Kinderopvang Humanitas) doet verslag van de studiedag en geeft suggesties voor het omgaan met 'verveling' in de kinderopvang.
Voor veel volwassenen is het onverdraaglijk: kinderen die ‘niks te doen’ hebben. En dus zorgen volwassenen (ouders, opvoeders én pedagogisch medewerkers) ervoor dat
de dagen van kinderen van A tot Z zijn vol gepland met ‘dingen doen’. Ze putten zich uit in het aandragen van steeds mooier, kant-en-klaar spel en vermaak. Tijd en/of ruimte om zomaar wat te dagdromen, je te vervelen, rond te hangen of zelf iets te verzinnen, is er bijna niet meer. Veel kinderen groeien daardoor op in een omgeving waar altijd wat te doen is en gaan daardoor ook verwachten dat ze continu worden beziggehouden. Met lege tijd of lege
ruimte weten ze zich geen raad. En áls ze wel zelf een spel verzinnen (hut bouwen in de struiken, schommelrek als klimrek gebruiken), dan is de kans groot dat ze te horen krijgen 'dat dát niet de bedoeling is'.
Diverse pedagogen en psychologen zijn er intussen van overtuigd dat regelmatig even niets doen, essentieel is voor de ontwikkeling van mensen. Pas dan komt er ruimte voor verbeelding en creativiteit.
Overbruggingstijd
Jan van Gils (directeur van het Onderzoekscentrum Kind en Samenleving, in Vlaanderen) vertelt dat uit onderzoek blijkt dat kinderen eigenlijk nooit praten over ‘verveling’ maar over overbruggingstijd: korte periodes waarin je nóg niet weet wat je gaat doen. Kinderen hebben allerlei strategieën om hun overbruggingstijd te vullen en open te gaan staan voor inspiratie: schommelen, op je hoofd staan, in de zon liggen, tv kijken, mama vragen (en verstandige mama’s geven dan geen oplossing).
Toenemende invulling en structurering van tijd
In onze maatschappij wordt de tijd van kinderen meer en meer door volwassenen ingevuld met allerlei geplande activiteiten die pedagogisch verantwoord moeten zijn en de kinderen moeten voorbereiden op het latere leven en carrière. Dit vanuit het idee dat je als ouders vooral het beste voor hebt met je kind en optimale kansen wilt bieden. Voor kinderen betekent het dat ze continu onder druk staan om te presteren, te voldoen aan het ideaalbeeld dat de opvoeders van hem/haar hebben. Ze raken gewend aan een sterk gestructureerd leven. Ze ontwikkelen een zwak gevoel van eigenwaarde en weten zich geen raad als de structuur opeens wegvalt.
Verveling is een zegen
Annet Weterings (pedagoge) legt uit dat verveling de fase is tussen cooling down en warming up. Een moment om zelf iets te bedenken, creativiteit te ontwikkelen. Dus wat is het probleem? Toch voelen veel volwassen zich geroepen om iets te doen op het moment dat zij denken te zien dat een kind zich verveelt.
Wat kunnen we hier nu mee in de kinderopvang? Om te beginnen kunnen we dit bespreekbaar maken: op een studiedag, op een pedagogisch overleg, maar ook
tijdens een groepsoverleg of een ouderavond. Zeker in onze BSO’s is het een thema wat regelmatig aan de orde moet komen. Is niks doen op z’n tijd inderdaad wenselijk? Waar liggen de grenzen, bijvoorbeeld tussen te weinig en te veel niks doen, of tussen creatief en destructief niks doen? En welke rol is in dit kader weggelegd voor de pedagogisch medewerker?
In het Locatiekader BSO staat hierover geschreven:
Ieder kind verveelt zich wel eens. Ook op de BSO. Het kan zelfs de basis zijn voor een volgende fase van creativiteit. Regelmatig even ‘niks doen’ biedt kinderen de gelegenheid om te leren zelf iets van hun dag te maken, i.p.v. een dag die door volwassenen is vol gepland. Kinderopvang Humanitas is van mening dat een BSO niet alle kinderen de hele tijd hoeft te amuseren. Zoals we al eerder aangaven is een buitenschoolse opvangsituatie een vrijetijdssituatie, en daarin zullen ook kinderen moeten leren om te gaan met verveling. Ieder kind doet dat anders.
Het is goed om je als volwassene/pedagogisch medewerker af te vragen waarom een kind zich verveelt, en of bepaald gedrag zoals klieren, pesten of ruzie maken, voortkomt uit verveling.
Redenen voor verveling kunnen zijn:
1. er zijn geen leuke dingen om mee te spelen, of je hebt iets al af;
2. soms is ruzie de oorzaak en heb je daarom nergens zin in;
3. er zijn geen vriendjes of vriendinnetjes om mee te spelen;
4. je bent moe aan het einde van de dag en wacht op je ouders;
5. je mag niet doen wat je wilt;
6. je hebt zin om zomaar wat te dagdromen, rond te hangen of gewoon te ‘niksen’.
Hiermee geven we aan dat het voor jullie als pedagogisch medewerkers belangrijk is om goed te kijken wat de aanleiding voor vervelen is, want dit bepaalt vervolgens hoe jullie er wel of niet op reageren. Daarnaast is het ook belangrijk om hier een keer met elkaar over van gedachten te wisselen.
Onderstaand als suggestie een aantal vragen.
• Als een kind niks te doen heeft, moet je dan als pedagogisch medewerker in actie komen?
• In welke situatie doe je dat wel/niet?
• Wie is er verantwoordelijk voor als een kind zich verveelt? Het kind zelf, andere kinderen, de ouders, de pedagogisch medewerker(s) of de commercie (teveel kant en klaar speelgoed).
• Wat is jullie rol in het goed begeleiden van kinderen die zich vervelen?
Aanpak als in de groep 'vervelen' als probleem ervaren wordt
Als jullie het gevoel hebben dat er een of meerdere kinderen zich regelmatig vervelen, kun je stilstaan bij de volgende punten.
Creëren van zwak gestructureerde omgevingen/speelruimte.
Zorg dat er een goede balans is tussen een uitdagend ingerichte ruimte en een ruimte waar weinig is (‘hangruimte’)
Zorgen voor zwak gestructureerde tijd/speeltijd.
Dus een balans tussen een activiteitenaanbod en ‘vrij in te vullen tijd’.
Aanbieden van zwakgestructureerd spelmateriaal.
Biedt materiaal aan dat niet voorgeprogrammeerd is, maar waar een kind alle kanten mee op kan.
Bieden van psychische ruimte.
Plan tijd in waarbinnen kinderen de kans krijgen om zelf te beslissen wat ze gaan doen.
Tot slot: tijd is een belangrijke factor in de BSO. Tijd geven (zowel gestructureerd in een programma als vrij om te hangen, te kletsen, te onderzoeken en je te vervelen, om te kiezen, een antwoord te formuleren en samen een probleem op te lossen). Tijdsbesef aanleren (bv. door een wekker te zetten die kinderen er op attendeert dat het tijd wordt om hun spel af te ronden en op te ruimen). Tijd inruimen voor alle ontwikkelingsgebieden (sociaalemotioneel, lichamelijk, verstandelijk, communicatief), niet alles snel-snel willen doen. Kinderen de tijd gunnen om zelf een spel te bedenken, zelf iets te ontdekken, vragen te stellen en vragen te krijgen.
Leonie Heutz
Dit artikel is verschenen in EigenWijs, tijdschrift voor groepsleidsters van Kinderopvang Humanitas. Klik hier voor meer info.